Is doorbeleggen een optie bij het vrijkomen van lijfrentekapitaal?

Uit onderzoek blijkt dat veel Nederlanders zich niet bezighouden met hun pensioen, waardoor een derde van de Nederlanders waarschijnlijk minder pensioen zal ontvangen dan hun beoogde bestedingsruimte. Als er al gespaard wordt voor een aanvulling op het pensioen, dan wordt de keuze bij het ingaan van de uitkering vaak te snel en ondoordacht gemaakt. Wat doe jij met je lijfrentekapitaal? Zet je het ook vast tegen maximaal 1%?

Lijfrente

Met een lijfrente kan op een fiscaal voordelige manier voor extra inkomen worden gezorgd. Het kapitaal dat door de jaren wordt opgebouwd, kan vanaf een bepaald moment worden uitbetaald, bijvoorbeeld als je AOW krijgt of met pensioen gaat. Omdat ondernemers geen pensioen opbouwen, maken zij het meest gebruik van de lijfrentefaciliteiten. Het bedrag dat periodiek wordt ingelegd kan onder bepaalde voorwaarden bij de aangifte Inkomstenbelasting worden afgetrokken. De uitkeringen vormen belast inkomen.

In de opbouwfase van de lijfrente wordt tegenwoordig steeds vaker de keuze voor beleggen gemaakt. Met name jonge spaarders zijn geïnteresseerd in de beurs en beleggen om vermogen op te bouwen. Uit onderzoek blijkt dat jongeren die beleggen zich meer bezighouden met doelen voor de lange termijn. Daarvan is natuurlijk sprake bij de opbouw van pensioen- of lijfrentekapitaal. Maar als het dan zo ver is en er wordt uitgekeerd, dan wordt vaak gekozen voor een vaste periodieke uitkering. Dan ineens wordt er niet meer belegd en wordt het opgebouwde geld volledig op een spaarrekening gestald. Voor jaren….. Is dit de juiste keuze?

Een vaste uitkering of doorbeleggen in de uitkeringsfase

Bij een vaste periodieke uitkering weet je waar je aan toe bent. Gedurende de afgesproken looptijd ontvang je een vaste uitkering. Er is geen risico op tegenvallende uitkeringen, maar ook geen kans op een hogere uitkering. Je kiest voor zekerheid, voor garanties. Maar garanties zijn nooit gratis. De vaste uitkering is gebaseerd op een vaste rente gedurende de hele looptijd, vaak twintig jaar of langer, van op dit moment maximaal 1%.

Je kunt ook kiezen om door te beleggen in de uitkeringsfase van je lijfrente met het bedrag dat nog niet is uitgekeerd. Hoe werkt dat?

  • Eerst bepaal je de duur van je uitkering, bijvoorbeeld twintig jaar.
  • Je bepaalt de rente waarmee bij de start van de uitkering wordt gerekend. De manier waarop dit gebeurt is afhankelijk van de aanbieder van het product en het risico en beleggingsprofiel waar je voor kiest. Stel dat je op 4% uitkomt.
  • De hoogte van de uitkering in het eerste jaar wordt berekend op basis van de uitkeringsduur en het te verwachten rendementspercentage van 4%.
  • Na één jaar wordt de stand opgemaakt. Welk bedrag is nog beschikbaar voor de komende negentien jaar en wat is het te verwachten rendement voor die periode?
  • Aan de hand van deze gegevens wordt de hoogte van de nieuwe uitkering bepaald.

Welke zekerheden heb je nu?

  • Gedurende twintig jaar wordt de hoogte van de uitkering jaarlijks aangepast.
  • De uitkering is in het eerste jaar hoger dan bij een vaste uitkering. De rekenrente ligt immers bij aanvang van de uitkering hoger.
  • Je weet dat de te verwachten rendementen bij een uitkeringsduur van twintig jaar hoger liggen dan bij een vaste rente.
  • Je weet dat je beleggingshorizon de komende jaren korter wordt, waardoor je minder risico gaat nemen en de uitkering stabieler wordt.

Waar liggen de risico’s?

  • Er bestaat een risico op een (incidenteel) dalende uitkering. Dit is het geval als het behaalde rendement lager uitvalt dan het te verwachten rendement, dus in dit geval lager dan 4%.
  • Er bestaat een kans op een totaal lagere uitkering dan in een garantieproduct. Dit ontstaat als structureel het rendement lager is dan de eerder genoemde 1% in een garantieproduct.
  • Er bestaat een kans op een hogere uitkering. Dit ontstaat uiteraard als het werkelijke rendement hoger is dan verwacht.

Bij wie past een lijfrente die doorbelegd wordt in de uitkeringsfase?

Hier is geen standaard antwoord op. Voor ieder financieel product geldt dat het moet passen bij je persoon, je totale financiële positie, je kennis en ervaring en je risicobereidheid. Alleen na een gedegen inventarisatie kun je de juiste keuze maken.

Daarbij zit er verschil tussen de producten van de aanbieders. Het verschil zit ‘m in de rekenmethodiek, in de hoogte van de startuitkering en in het vaststellen van de beleggingsmix. Bij de één zal het ene product beter passen dan bij de ander. Wat wel duidelijk is, is dat deze producten te weinig aandacht krijgen. Onbekend maakt onbemind en zorgt voor een te eenzijdige kijk op deze producten.

De juiste keuze door financiële planning

Met een goede financiële planning krijg je zicht op je financiële situatie en de risico’s die bij jou passen. Met die uitgangspunten kunnen wij je adviseren over het juiste lijfrenteproduct. Een financiële planning is geen kostenpost, maar een investering die je op het juiste spoor zet en je helpt bij een juiste keuze. Zeker in deze setting is de kans groot dat een financiële planning zich ruim terugverdient.

 

 

 

Wil je ook op de hoogte blijven? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief.

[ssba-buttons]
« Terug naar overzicht