Pensioen laten uitkeren

Heb je een pensioenkapitaal, dan komt er een moment dat dat moet worden uitgekeerd. Vaak horen we dat op dat moment vooral de vraag wordt gesteld: Wie biedt de hoogste uitkering? Maar is dat voldoende? Volgens ons niet, want er valt veel te kiezen. Lees eens verder…

Pensioen laten uitkeren

Dit artikel gaat over opgebouwde pensioenkapitalen; over kapitalen die zijn opgebouwd binnen een pensioenregeling voor een werknemer of een DGA. We zitten in de tweede pijler. Het gaat niet over lijfrentes en privé pensioen. Daarover een andere keer meer. Hoe het zit met die pijlers kun je teruglezen in het artikel “Pensioen of Lijfrente” op onze website.

In steeds meer pensioenregelingen worden kapitalen opgebouwd die rond de pensioendatum moeten worden aangewend voor aankoop van een uitkering. Onder het nieuwe pensioenakkoord, dat in 2022 ingaat, zal dat voor alle pensioenregelingen gaan gelden. Er moeten dan keuzes worden gemaakt rond de pensioendatum. Hoe laat ik mijn pensioen uitkeren?

Wanneer laat ik mijn pensioen ingaan?

De eerste keuze is: Wanneer laat ik mijn pensioenuitkering ingaan? Wettelijk mag je pensioen ingaan op ieder moment vóór de AOW-datum tot maximaal vijf jaar na de AOW-datum. Daarnaast bepaalt de pensioenovereenkomst wat mogelijk is. Zo ligt hierin vaak vast dat de ingangsdatum maar mag worden verschoven naar op z’n vroegst vijf jaar voor de AOW-datum.

Wanneer de pensioenregeling het mogelijk maakt meer dan vijf jaar voor de AOW-datum te starten met uitkeren, kan dat alleen wanneer daarnaast geen inkomen meer wordt genoten. Dat geldt ook voor opgebouwde pensioenen bij vorige werkgevers. Ga je met deeltijdpensioen, dan geldt dat je voor dat deel geen inkomen meer mag hebben uit arbeid. Je legt dit bij de pensioenuitvoerder vast in een intentieverklaring. Regel je dit niet goed of ga je toch weer (deels) aan het werk, waarbij de fiscus kan aantonen dat dit ook de intentie was toen je pensioen inging, dan kan de fiscus je pensioen aanmerken als zijnde onzuiver. Het gehele pensioenkapitaal wordt dan progressief belast, verhoogd met een boeterente van 20%.

Het eerder laten ingaan van pensioen heeft gevolgen voor de hoogte van de uitkering. Zeker wanneer het pensioen ingaat vanuit een actief dienstverband, kan ieder jaar dat eerder wordt gestopt met werken een 6 à 7% lagere uitkering tot gevolg hebben. Dat lijkt veel, maar als naar de gevolgen voor de totaal uit te keren pensioenen wordt gekeken, ligt het omslagpunt pas na zo’n zestien jaar na de ingangsdatum. Dus wat is wijsheid? Dat is alleen achteraf te bepalen.

Uitstel van de ingangsdatums kan ook. Is er na de AOW-datum nog inkomen, dan kan het aantrekkelijk zijn het pensioen uit te stellen. Daarmee zorg je voor een hogere jaarlijkse uitkering en uitstel kan fiscaal aantrekkelijk zijn.

Levenslang of tijdelijk?

Een pensioenuitkering moet in beginsel levenslang lopen. Een uitzondering hierop is het AOW-overbruggingspensioen. Ga je vóór je AOW-datum met pensioen, dan kun je, als de pensioenovereenkomst het toelaat, onder voorwaarden een deel van je pensioenkapitaal aanwenden voor een tijdelijke uitkering: het AOW-Overbruggingspensioen. Deze loopt van je pensioendatum tot de AOW-ingangsdatum.

Dit kan aantrekkelijk zijn, bijvoorbeeld bij een slechte gezondheid of wanneer je niet afhankelijk bent van je pensioeninkomen door voldoende vrij beschikbaar vermogen.

Wel of geen overgang op de partner?

Bij overlijden van de pensioengerechtigde na de pensioendatum, vervalt het ouderdomspensioen. Vaak wordt geregeld dat de partner daarna een partnerpensioen ontvangt van 70% van het ouderdomspensioen. Echter, op de pensioendatum is er recht op uitruil. Je mag het partnerpensioen inleveren tegen extra ouderdomspensioen. Er zijn situaties denkbaar waarbij het aantrekkelijk is hier gebruik van te maken. Denk aan een partner die zelf voldoende inkomen of vermogen heeft of aan een situatie waarbij het onwaarschijnlijk is dat de partner door leeftijdsverschil of een mindere gezondheid de pensioengerechtigde overleeft.

Gegarandeerd of doorbeleggen

Wanneer dan de keuze is gemaakt in het soort uitkering, moet nog worden gekozen tussen het wel of niet beleggen van het uitkerende pensioenkapitaal. De vaste uitkering biedt zekerheid. Maar de prijs voor die zekerheid is door de lage rente hoog. De uitkeringen zijn relatief laag.

Met een goed gespreide belegging kan ook een (gedeeltelijke) pensioenuitkering op basis van beleggen worden aangekocht. Jaarlijks wordt gekeken of de beleggingen volgens verwachting hebben gerendeerd, waarop de pensioenuitkering dan zal worden aangepast. Door de gespreide fondsbeleggingen van pensioenuitvoerders zijn de risico’s beperkt, maar zeker is dat de uitkering zal fluctueren, naar boven en naar beneden. Met name in de situatie waar de pensioengerechtigde niet volledig afhankelijk is van zijn pensioenuitkering, loont het de moeite een uitkering op basis van beleggingen te laten berekenen. Naar onze mening is de vanzelfsprekendheid, waarmee vaak wordt gekozen voor vaste pensioenen, niet altijd terecht. Hier geldt: onbekend maakt onbemind.

Conclusie

Bij het aankopen van pensioen kunnen en moeten keuzes worden gemaakt. Deze zullen individueel moeten worden bepaald en zijn afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. Daarbij gaat het om verwachtingen, afhankelijkheid, gezondheid en fiscaliteit. Misschien nog wel veel belangrijker: Wat wil iemand en waar voelt hij zich goed bij?

Weet wat je doet en laat je informeren en adviseren. Een gemaakte keuze bij het aankopen van pensioen is een definitieve keuze waarop niet kan worden teruggekomen.

 

 

 

[ssba-buttons]
« Terug naar overzicht