Prinsjesdag – ontwikkelingen voor belasting vermogen (box 3)

Op Prinsjesdag is meer duidelijk geworden over de aanpassingen die het kabinet wil doorvoeren met betrekking tot de belasting op vermogen in box 3. Vanaf 2026 is het plan om aan te sluiten bij het werkelijk behaalde rendement op het vermogen. In de periode 2026 geldt een tijdelijke overbruggingswetgeving. Deze wetgeving lichten we hierna toe.

Hoe werkt de overbruggingswetgeving?

De aanpassing die voor de overbruggingsperiode is doorgevoerd ten opzichte van de bestaande behandeling van vermogen in box 3, is dat de belastingheffing gebaseerd is op de werkelijke samenstelling van het vermogen. Het vermogen wordt onderverdeeld in drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Wel wordt er nog steeds gewerkt met een forfaitair rendement volgens onderstaande tabel:

 

Categorie Forfaitair rendement
Banktegoeden O.b.v. de actuele spaarrente (in 2022 is dit 0,01%)
Overige bezittingen O.b.v. een meerjarig gemiddelde rendement op beleggingen in onroerend goed, aandelen en obligaties (in 2022 5,53%)
Schulden O.b.v. de actuele hypotheekrente (in 2022 2,46%)

 

Onder overige bezittingen valt alles wat niet gezien wordt als banktegoed (betaal- of spaarrekening en contant geld), zoals onroerend goed (niet eigen woning), vorderingen, aandelen, obligaties etc. Het forfaitaire rendement wordt dus elk jaar opnieuw bepaald op basis van actuele rendementen.  Inmiddels is het fictief rendement voor 2023 al vastgesteld op 6,17%. Voor banktegoeden en schulden zijn de percentages nog niet bekend. In dit artikel rekenen we nog even met de percentages uit bovenstaande tabel. Er wordt voor de heffing rekening gehouden met de daadwerkelijke verdeling van het vermogen. De peildatum blijft 1 januari van het belastingjaar. De vrijstelling (heffingsvrij vermogen) wordt voor 2023 verhoogd naar € 57.000,- per persoon (€ 114.000,- voor fiscale partners). De belasting in Box 3 gaat omhoog naar 32%. De grootste verandering is dat het vanaf 2023 een groot verschil uitmaakt in welke categorie je vermogen valt. Heb je beleggingen, dan betaal je aanmerkelijk meer belasting dan bij louter spaargeld.

Voorbeeld:

Peter en Frank zijn alleenstaand en hebben allebei € 500.000,- vermogen. Peter heeft € 400.000,- op een spaarrekening en € 100.000,- aan beleggingen. Frank heeft juist € 100.000,- op een spaarrekening en € 400.000,- beleggingen. Beiden hebben een lening van € 100.000,- die niet is gebruikt voor de eigen woning. Wat betalen ze in box 3 (er is geen rekening gehouden met vrijstellingen)?

Allereerst Peter:
Eerst berekenen we het forfaitaire rendement
– categorie sparen                                          € 400.000,- x 0,01% = €    400,-
– categorie overige bezittingen                   € 100.000,- x 5,53% = € 5.530,-
– categorie schulden                                     € 100.000,- x 2,46% = € 2.460,- -/-

Peter heeft dus een forfaitair rendement van € 5.930,- -/- € 2.460,- = € 3.470,-, waarover hij 32% belasting verschuldigd is, dus € 1.110,40.

Hoe werkt dit voor Frank:
Eerst berekenen we weer het forfaitaire rendement

– categorie sparen                                         € 100.000,- x 0,01% = €      100,-
– categorie overige bezittingen                   € 400.000,- x 5,53% = € 22.120,-
– categorie schulden                                     € 100.000,- x 2,46% = €   2.460,- -/-

Frank heeft dus een forfaitair rendement van € 22.220,- -/- € 2.460,- = € 19.760,-, waarover hij 32% belasting verschuldigd is, dus € 6.323,20.

Peildatum arbitrage

Gezien de verschillen in belasting bij verschillende vermogenscategorieën kan het voor belastingplichtigen interessant zijn om vlak voor de peildatum overige bezittingen te verkopen en het vermogen (tijdelijk) op een spaarrekening te stallen. Dit met als doel om een lagere heffing te realiseren. In de wet is een bepaling opgenomen om dit soort arbitrage te voorkomen; een tegengestelde transactie (koop-verkoop) binnen drie maanden rond de peildatum 1 januari kan beoordeeld worden als een arbitragehandeling. De Belastingdienst zal hier op toetsen en kan de belastingplichtige om een onderbouwing vragen waarom een dergelijke transactie c.q. tegengestelde transactie zakelijk is.

Waar moet je op letten?

Het is verstandig om voor 1 januari nog eens goed te kijken naar de verdeling van je vermogen. Zeker voor ondernemers met een BV, maar ook voor de groep particulieren die in de afgelopen jaren een Spaar BV hebben opgericht om het vermogen in onder te brengen, met als doel box 3 heffing te voorkomen. Wellicht is het slim om het vermogen anders te verdelen. Dat is erg afhankelijk van het verwacht rendement.

Laat je goed adviseren. Planners van Waarde richt zich juist op de advisering rondom je vermogen. Neem daarom gerust contact op met één van onze planners.

 

 

 

Wil je ook op de hoogte blijven? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief.

[ssba-buttons]
« Terug naar overzicht